Holland in de winter van 1636: in alle steden zijn
bloemenwinkels, die zelfs in de winter met bloemen en planten zijn
gevuld. In heel wat tuinen is ijverig geploeterd met saffraanplanten,
lelies, violen, crocussen, rozen of maagdenpalm. En dan opeens raakt
iedereen vervuld van de tulp.
"Kijk
nou toch eens. Het wordt een paars gevlekte!" "Ik heb een roodgevlamde!"
Door een virus zijn bij de tulp variaties ontstaan, die de Hollanders
volledig op hol doen slaan. Dat anders zo nuchtere volk raakt geheel van
de kook bij het zien van de helderwitte, gele, bruine, rose-gestreepte
bloemen. Al die verschillende tulpen krijgen namen en worden met
geschilderde voorbeelden in fraaie catalogussen vermeld: "Semper
Augustus... Wonder... Admiraal Pottebacker... Generaal der Generalen!"
En daarnaast de meer bizarre benamingen: "Laprock, in zijn
harlekijnspak. De Gele van Catoleyn!"
Tientallen soorten komen in omloop. Een rage ontstaat. De prijzen lopen
tot ongekende hoogte op. Helemaal door het dolle heen van de gemaakte
winsten, begint een windhandel, die er niet om liegt.
"Ik bied 3000 voor de Semper Augustus! Ik 4000!"
"5000 gulden voor die ene bol!"
Een gek te Hoorn verkoopt zijn huis voor drie beroemde bollen en is er nog
gelukkig mee. En dan stort iedereen zich in de handel.
"Harmen, man, wat bezielt je?" roept een vrouw, als haar man met een schop
zijn tuin in rent.
"Bollen kweken!" roept Harmen en driftig spit hij zijn tuintje om. Bezeten
door de gigantische prijzen, nemen tallozen de shop ter hand.
Schoolmeesters, studenten, slagers, bakkers, arminianen en
contra-remonstranten ploegen verbeten hun tuintjes om.
"Buurman, heb je het gehoord?"
"Wat?"
"Een Amsterdammer heeft met bollen kweken in enkele maanden voor 60.000
gulden uit zijn achtertuin gehaald!"
"Da's toch niet te geloven," antwoord de buurman, die met hard werken
amper 200 gulden per jaar verdient. Het is ook om gek van te worden. En
dat worden ze ook. Men leent geld, zoekt naar nieuwe variaties, zet
kinderen aan het werk. Mensen tonen zich bereid al hun bezit in te
zetten voor één oogst.
"Die
bol Vice-Roi wil ik hebben!" zegt een kerel.
"Dat gaat je kosten!" bromt de kweker. Samen gaan ze naar de notaris en
maken het koopcontract (voor die éne bol!) op. De prijs voor de
Vice-Roi: "Twee last boekweit, vier last rogge, twee okshoofd wijn, vier
vette ossen, acht varkens, twaalf schapen, vier ton bier van 8 gulden,
twee ton boter, 1000 pond kaas, een pak zondagse kleren en een zilveren
drinkbeker!" De kweker wrijft zich vergenoegd in de handen, als hij de
buit heeft binnengehaald. Hij is op slag in goeden doen. Er worden in
minder dan geen tijd fortuinen gemaakt.
"Man, ik heb kerels gezien, die nog geen jaar geleden als boerenarbeiders
en schooiers langs de weg gingen," vertellen verstelde burgers elkaar.
"En nu zie je ze in kakelbonte, maar zeer dure kleren gestoken en
rondrijden in een karos met twee vurige paarden bespannen!"
De bollen-beurzen in herbergen en kroegen worden door heel wat goklustigen
gretig bezocht: "Ik bied 4400 gulden voor de Admiraal Liefkens!"
"Hier, 2025 gulden voor de Purper Bruin!"
"1800 gulden voor de Generaal van Eyck!"
De duurste bol, ooit verkocht, is de Semper Augustus. Op een dag gaat die
ene bol voor het kapitale bedrag van 13.000 gulden van de hand. Dat is
voor zestig maal het jaarloon van een werkman!
In de taveernes gonzen de opgewonden stemmen van de kopers en verkopers.
Bollen
gaan per dag soms tien keer van de hand. En steeds voor een hogere
prijs.
En opeens valt de klap. Een bloemist blijft zitten met een bol van 1250
gulden. In paniek reizen speculanten nog van her naar der, om hun
voorraad te verkopen aan een domoor, die nog van niets weet. Binnen
enkele weken is een bol van 4000 gulden geen 50 gulden meer waard. Dan
is de windhandel uitgeraasd.
"''t Is me wat geweest, buur!"
"Zeg dat!" lacht de buur. Hij heeft een aardig kapitaal gemaakt en is op
tijd gestopt.
Heel wat families hebben al hun bezit verloren. De faillissementen zijn
niet van de lucht!
Zie schilderij van Jan van Bruegel de Jonge over de tulpomanie (met de
apen).